De leeuwvissen

Sommige monumenten in het duikgebied van de Maarsseveen Plassen hebben een geschiedenis die niet bij allen bekend is. De riffen, de Piramide en de Sfinx stammen uit een heel ander leven.

Sfinx

Vroeger, heel vroeger, zo lang geleden dat de mensen nog niet aan de jaartelling waren begonnen, leefde er een leeuwenkolonie in het oude koninkrijk Maarssen. Aan het hoofd van dit volk stond koning Pyra, een wijze, krachtige leeuw die, net als zijn voorvaderen, macht had over vuur, leven en dood. Het volk bestond uit jagers en werkers. De jagers zorgden voor het voedsel en voor de veiligheid van het koninkrijk. De werkers bleven thuis en bekommerden zich om de vele welpen. Generatie na generatie leefden de leeuwen in geluk en voorspoed. De omliggende koninkrijken waren lang niet zo ontwikkeld en onderhielden daarom goede en veilige banden met Maarssen.

Op een dag echter keerde het tij. Pyra werd op de hoogte gesteld van het gevaar door de raadsheren, de ministers die samen met hem over het land regeerden. De koning zat op zijn troon in de Mide, zijn paleis, en luisterde aandachtig naar de verslagen van zijn experts. Het koninkrijk Maarssen werd bedreigd door water. Het betrof geen water uit de rivieren, geen water uit de hemel, maar water uit de grond. Het was water dat onzichtbaar onder het koninkrijk stroomde. Heel langzaam borrelde het omhoog. Na enige tijd werd het land drassig en zakten de leeuwen tijdens de jacht steeds vaker weg met hun poten. Pyra vroeg zich af of het opkomend water een tijdelijk verschijnsel was of dat zijn land helemaal onder zou komen te staan. Hij droeg werkers op om te graven naar de oorzaak van het kwaad. Zo verschenen er in het landschap van de koning zowel tunnels als gaten. Deze kraters moesten de waarheid aan het licht brengen. In de tunnels werden vervolgens vuren ontstoken om het vocht tegen te gaan. Met het zand uit de afgravingen werd het land opgehoogd om het koninkrijk te beschermen.

Jaren verstreken en het water bleef maar komen, beetje bij beetje, maar onophoudelijk. De koning liet iedere dag metingen verrichten. Per jaar steeg het water met ongeveer één staartlengte en noch het vuur, noch het zand hielden het tegen. De jachtterreinen van de leeuwen waren veranderd in ondiepe moerassen waar de dieren tot op buikhoogte in rondrenden. Maar ze hadden zich weten aan te passen. Zo stond er steeds vaker vis op hun menu omdat vissen langzamerhand bezit namen van hun land.

Pyra probeerde een oplossing te vinden. hij overwoog de buurlanden te veroveren om daar verder te leven met zijn leeuwenkolonie. Maar iets in hem zei dat hij zijn toekomst en lot onder ogen moest durven zien. Hij hoopte op een wonder.

De leeuwen pasten zich verder aan en raakten gewend aan de nattigheid. De jongste generatie wist al niet beter. Ze zwommen veel en leerden zelfs om onder water achter prooien aan te jagen. Sommigen van hen konden hun adem lange tijd inhouden om moeiteloos enkele meters diep te duiken. Het hele gemeenschapsleven verplaatste zich naar onder de oppervlakte. Alleen het slapen geschiedde nog op het droge, op grote riffen die op last van Pyra waren aangelegd. De riffen kregen de namen van zijn twee eerste vrouwen: Brigit en Arlet. Ze staken trots boven het water uit. De dieren zelf leken steeds meer op zeeleeuwen, die ook vaak rusten op het droge. Daar lagen ze lui, genietend van de zon en het licht, alvorens onder water te gaan, op zoek naar een versnapering of wat vertier. De koning en zijn gevolg leefden op de daken van de Mide, van waaruit ze het koninkrijk en de riffen konden overzien. Per decreet werd de naam van het rijk omgedoopt in Maarsseveen. De grond zakte immers nog steeds weg en op een dag zou er enkel nog maar water zijn.

De natuur ging haar gang en de evolutie ook. Zo gebeurde het dat op een dag een leeuwin koninklijke welpen baarde met afwijkende poten. De voorpoten waren nog voorzien van scherpe en gevaarlijke nagels, maar de achterpoten leken meer op vinnen. De huid van het onderlichaam was minder behaard en voelde glad en vet aan. De staart was korter dan die van andere leeuwen. Pyra werd ingelicht over dit verschijnsel en hij begreep wat er gebeurde. Nog een paar generaties, en dan zou er niets meer over zijn van het geslacht dat hij vertegenwoordigde. De leeuwenpopulatie zou gedwongen worden om onder water te leven, de hele dag door. Hij bezocht de dag daarop de welpen en gaf ze zijn zegen. De eerste geborene benoemde hij tot kroonprins en hij gaf hem de naam Pyra II. Dit was de eerste telg van het nieuwe ras.

Niet lang daarna stierf de geliefde koning. Hij werd opgebaard in de Mide, onder water, waar zijn hele volk hem de laatste eer kwam bewijzen. Zo jong als hij was, aanvaardde Pyra II de troon. Op zijn beurt koos hij prinsessen uit om mee te huwen en de jongen die zij baarden waren steeds meer vis en steeds minder leeuw. Ze werden leeuwvissen in een nieuw leefmilieu. Ze kregen het bovenlichaam van een leeuw en het onderlichaam van een vis. Het bleken snelle zwemmers en sterke jagers te zijn. En bovenal, ze konden onder blijven, onder water leven.

Toen het water ook de toppen van de riffen en het paleis overspoelde, verdronken de oudere leeuwen. Ze waren te moe om nog lang te zwemmen en kozen ervoor om te sterven in hun eigen land in plaats van uit te wijken naar een onbekend oord. Ze konden nu voor eeuwig rusten in de nabijheid van hun oude leider Pyra. Maarsseveen veranderde in een onderwaterrijk waar uitsluitend nog leeuwvissen woonden. Ze leefden in de riffen en zwommen naar binnen en naar buiten door de grote ronde openingen. Daar leefden ze gelukkig, in hun element. Het landleven behoorde tot een verleden dat zij enkel nog maar kenden via de overlevering, van de verhalen. Pyra II besloot om van de Mide een heilige graftombe te maken, dit als eerbetoon aan zijn vader en diens generatiegenoten. Het voormalig paleis kreeg de naam Piramide. Het werd het symbool van de verloren strijd tegen het water, van het uiteindelijke overleven van het leeuwenvolk, en van de wijsheid van koning Pyra. Het werd de plek waar de vroegere koningen en groten vanuit het verleden de tijd zowel uitdaagden als trotseerden. Als bewaker van het monument liet Pyra II ernaast een beeld bouwen dat iedere indringer moest afschrikken, met het lichaam van een leeuw en het hoofd van een onbekende soort.

Vele eeuwen gleden voorbij zonder dat de rust en de vrede werden verstoord. Op een dag waagden nieuwe wezens zich bij daglicht onder water. Ze hadden een kunstmatige evolutie ondergaan. De leeuwvissen hadden weinig vertrouwen in deze bezoekers en verscholen zich in de riffen en in de Piramide om niet ontdekt en vooral niet verder gestoord te worden. Na al die eeuwen veranderde hun jachtgedrag. Overdag verbleven ze verdekt in de monumentale bouwwerken om zich voor te bereiden op het donker. En ’s nachts, wanneer het rijk weer voor hen alleen was, gingen ze op jacht en zetten ze hun leeuwenleven voort. Tot op heden zijn ze niet gezien en genieten ze als vissen in het water in hun geheime koninkrijk.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.