Diep duiken

Diepe duiken zijn weggelegd voor de wat meer ervaren duikers. Bij de cursus ‘Advanced Diver’ is diep duiken onderdeel van de training. Tijdens deze training zal er gedoken worden tot ongeveer 30 meter. Diep duiken vergt enige voorbereiding en kennis over de gevaren ervan en het vermijden van complicaties.

Waarom diep duiken?

Diep duiken is niet alleen leuk voor de ervaring zelf… Vaak genoeg liggen de meest spraakmakende wrakken op dieper gelegen terrein, of is het onderwaterleven dat je wilde zien niet op de ‘normale’ diepte te vinden. Kortom, reden genoeg om te leren hoe je veilig dieper kunt duiken.

Stikstofnarcose bij diep duiken

Om veilig af te kunnen dalen naar bepaalde diepten moet je op de hoogte zijn van de gevaren en weten hoe je hiermee om moet gaan. Eén van deze gevaren is het fenomeen ‘stikstofnarcose’, ook wel diepteroes genoemd.

De stikstof die perslucht bevat kan op diepte een narcotisch effect uitoefenen op de duiker. Hoe meer druk (en dus hoe dieper je duikt) hoe meer kans dat de narcose intreed (of het effect ervan wordt vergroot).

Stikstofnarcose wordt ook wel vergeleken met dronkenschap. De duiker kan euforisch of paranoïde geraken. Gepaard met dit effect is er het gevaar dat de duiker zich onverantwoordelijk, overbezorgd of angstig gaat gedragen. Tevens zal de duiker zich minder goed kunnen concentreren en verminderd het inzicht en reactievermogen.

Doordat je door stikstofnarcose irrationeel denkt en handelt ben je een gevaar voor jezelf en je buddy. Wanneer effecten van stikstofnarcose zichtbaar worden bij jou of je buddy, dien je dan ook meteen in diepte te minderen.

Decompressie bij diep duiken

Bij het ademen onder druk wordt het stikstofgehalte in het lichaam groter. Hoe dieper je duikt (en hoe groter de druk dus wordt) hoe meer stikstof er in je lichaam terecht komt. Dit hoeft niet per definitie een probleem te veroorzaken, echter kunnen er bij de opstijging bij deze diepe duiken (decompressie-duiken genoemd) complicaties ontstaan wanneer er niet goed wordt gehandeld.

Wanneer er langzaam genoeg wordt opgestegen is het lichaam in staat om de opgestapelde hoeveelheid stikstof in de weefsels op te lossen in het bloed, en via de longen uit te stoten. Wordt er echter te snel opgestegen dan kan de grote hoeveelheid stikstof niet geheel opgelost worden. Hierdoor zullen er belletjes ontstaan. Worden deze belletje te groot, dan kunnen de gevolgen ernstig zijn; de duiker kan een decompressieziekte oplopen.

Een decompressieziekte kan zich uiten in verschillende aandoeningen. De gevolgen van zo’n aandoening kan zijn: pijn in gewrichten, verlamming of zelfs de dood.

Een decompressieziekte bij het maken van diepe duiken kunnen voorkomen worden door langzaam op te stijgen en decompressie-stoppen te maken. Wanneer er bijvoorbeeld op vijf meter diepte een stop wordt gehouden, geeft de duiker zijn of haar lichaam de tijd en gelegenheid om de stikstof te verwerken.

Hoe diep je mag gaan, hoe lang je op die diepte mag blijven, hoe langzaam je mag stijgen en waar en hoelang je een stop moet houden vergt voorbereiding. Voordat de duik gemaakt wordt dient er op deze vragen antwoord gegeven te zijn en behoor je de bijbehorende berekeningen gemaakt te hebben. Tijdens de duik wordt er een duikcomputer gebruikt om je hierbij te assisteren.

Conclusie

Misschien dat bovenstaande je wat afschrikt. Echter, wanneer je de kennis bezit en er verantwoordelijk mee omgegaan wordt is een diepe duik veilig te maken. Diepe duiken kunnen erg leuk zijn en zijn vaak een verrijking van je duikervaring!