I did it in Amsterdam

Wanneer je denkt dat je na een duik in de hoofdstedelijke wateren aan de oppervlakte oog in oog dobbert met kapitale grachtenpanden, heb je het mis. Er varen ook geen rondvaartboten rond die vol zijn met toeristen. Nee, duiken in het centrum van Amsterdam mag niet. Duiken in de hoofdstad is een stuk soberder dan de foto hier weergeeft maar het is op een heel andere manier toch spectaculair.

Amsterdam centrum
Amsterdam centrum

De Amsterdamse grachten zijn aangelegd vanaf 1612. Vroeger dienden ze ter verdediging en om goederen te vervoeren van en naar de pakhuizen. Duiken in de grachten is verboden. Slechts als het noodzakelijk is mag een (beroeps-) duiker hier te water. Gelukkig is er een plek in de hoofdstad waar er wel gedoken mag worden, namelijk in de Sloterplas. Deze ligt in het stadsdeel west, buiten de ring en ingesloten tussen Osdorp en Slotervaart. Een halve eeuw geleden was dit nog een buitengebied van de wereldstad, tegenwoordig is het helemaal verstedelijkt. De plas werd gegraven in de jaren ’40 en ’50 en al vlot daarna werd er gedoken in dit Amsterdamse water.

Het water in bij de Oostoever
Het water in bij de Oostoever

In de jaren ‘60 werd in deze plas het allereerste onderwaterhuis van Nederland geplaatst: de Cockel-Bockel. Het toen nog knalgele object werd door een paar man van OJC (de oudste duikvereniging van Nederland) in elkaar gelast en naar 17 meter afgezonken onder muzikale begeleiding van de 45-toeren plaat ‘Yellow submarine’ van de Beatles, een boys-band uit die tijd. De journalist van De Telegraaf die erbij was kreeg een zelfgemaakt camerahuis te leen om met zijn peperdure fototoestel unieke plaatjes te schieten onder water. Het primitieve camerahuis bleek echter niet bestand te zijn tegen druk en water en het fototoestel al evenmin. Foto’s van het eerste uur zijn er dus niet.

Zo’n 50 jaar later staat het onderwaterhuis er nog steeds, trots en ogenschijnlijk onaangetast. De kleur geel is allang verdwenen en de buitenzijde is bedekt met algen en schelpdieren. De ingang is erg smal maar binnen is er nog altijd voldoende lucht en de patrijspoorten bieden een panorama op de onderkant van de Sloterplas. Een goed zichtbare boei aan de oppervlakte op een kleine 50 meter uit de kant markeert zijn exacte positie en het dak van het huis ligt daar pal onder, op 8 meter.

Gluren in het onderwaterhuis
Gluren in het onderwaterhuis

De Cockel-Bockel is het paradepaardje van de duikstek Oostoever. Twee andere stekken langs dit water zijn wat minder bekend: Elite’s Reef en Ganzeneiland. Deze zijn niet zo goed bereikbaar waardoor Oostoever toch wel dé onderwater hotspot van Amsterdam is.

Wat faciliteiten betreft bij deze duikstek bevind je je echt in een grote stad. Als je al een plek kunt vinden om dichtbij te parkeren moet je ervoor betalen. Geheel onopvallend omkleden lukt hier niet en het is zaak om ook wel een beetje rekening te houden met de omwonenden. Joggers, fietsers, wandelaars komen voorbij en kijken mee terwijl de uitrustingen in elkaar worden gezet of maken een praatje.

Recreanten
Recreanten

De plas wordt druk gebruikt. Zo wordt er ook gezwommen, gevist en gevaren. Vooraf een praatje maken met de vissers is niet alleen prettig voor hen (ze weten dan dat je hun uitgezette lijnen zult respecteren) maar ook nuttig voor jezelf omdat ze goed weten te vertellen wat er zoal onder water zit. Te water gaan is eenvoudig vanaf een lange steiger en uit het water komen eveneens dankzij twee trappen. Oppassen voor (motor-) boten is geen overbodige luxe. Een oppervlakteboei is het minste wat je mee moet nemen voor je veiligheid.

De plas is zo’n 40 meter diep en langs de Oostoever liggen er verschillende objecten vanaf een paar meter diepte tot 28 meter. Het zijn echter de bewoners onder water die het er leuk maken. Zo multicultureel als Amsterdam is aan de oppervlakte, zoveel onderscheid tref je ook aan zodra je onderduikt. De plaatselijke gemeenschap heeft in de loop van de jaren steeds meer gezelschap gekregen van uitheemse soorten die het ook erg naar de zin hebben in deze afgraving. Naast oorspronkelijke bewoners als baars, voorntje, snoek, snoekbaars en karper is de alom bekende Amerikaanse rivierkreeft inmiddels volledig geïntegreerd. Afkomstig uit het Verre Oosten is de Chinese wolhandskrab ook al een veel geziene soort. Deze krab gedijt in zowel zoet als brak water en is tegenwoordig de grootse krabbensoort in onze meren en rivieren. Vanuit het voormalige Oostblok heeft een paar jaar geleden de zwartbekgrondel zijn opwachting gemaakt in Nederland. Waarschijnlijk is hij als verstekeling meegevoerd in de ballasttanks van schepen en vrijgekomen tijdens de lozing. Deze exoot wordt onderhand ruim vertegenwoordigd in het ondiepe water vlak voor de Oostoever.

Een bewoner van de plas
Een bewoner van de plas

Het zicht in deze plas is opvallend goed, vooral in het voor- en najaar. In de zomer kun je wat last hebben van witalg. De zachte bodem kan voor veel zweefdeeltjes zorgen wanneer je niet goed uitgetrimd bent. Het is een plek die geschikt is voor oefenduiken maar ook zeker voor fotografie en funduiken. Al was het maar om een saluut te brengen aan het oudste onderwaterhuis van ons land of in je logboekje te kunnen schrijven wat al die toeristen op hun t-shirts hebben staan: ‘I did it in Amsterdam’.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.