Onder in Scapa

Kanon van Wrak in Scapa FlowPrecies een eeuw na het uitbreken van de eerste wereldoorlog is de geschiedenis van dit gewapend conflict weer heel actueel. De slagvelden en de loopgraven van toen worden weer druk bezocht. Maar ook ver van het toenmalige strijdtoneel vandaan bevinden zich stille getuigen van deze oorlog. Ze rusten op de bodem van een baai die Scapa Flow heet: de resten van de Duitse keizerlijke Hochseeflotte.

Na de wapenstilstand van 1918 werden 70 Duitse oorlogsbodems in afwachting van de vredesbesprekingen geïnterneerd in deze baai die behoort tot de Orkney Islands, ten noordoosten van Schotland. 7 maanden lang lagen de schepen daar voor anker met hun bemanning terwijl ze bewaakt werden door de Britten. In juni 1919 besloot de Duitse vice-admiraal Ludwig von Reuter om de schepen tot zinken te brengen om te voorkomen dat ze uiteindelijk in Britse handen zouden vallen. Niet veel later lag het gros van de oorlogsvloot op de bodem van de Atlantische Oceaan.

In de jaren erna werden veel schepen of delen daarvan geborgen om het hoogwaardige en kostbare metaal te winnen. Maar toen brak de tweede wereldoorlog uit en werd Scapa Flow een Britse uitvalsbasis. Meer oude schepen werden gezonken om de doorgangen af te sluiten voor Duitse onderzeeërs. De baai werd een echt wrakkenkerkhof.

Scapa Flow spreekt heden ten dage tot de verbeelding van menig duiker. Het is een waar wrakkenparadijs. Van de in 1919 gezonken schepen zijn er echter niet veel meer over: 3 grote slagschepen, 4 lichte kruisers en 1 destroyer. Maar er liggen zoveel minder oude wrakken in dit water.

De drie Duitse slagschepen zijn enorm. De Kronprinz Wilhelm, de Markgraf en de König zijn ieder meer dan 170 meter lang en liggen op dieptes tussen 38 en 48 meter. De Markgraf ligt daarbij het diepst en is het best bewaard. Kanonnen en roeren zijn bij deze schepen nog goed zichtbaar in water met een zicht van 5 tot 6 meter. Maar door hun topzware constructie liggen deze oorlogsbodems met de kiel naar boven, waardoor sommige duikers wat moeite hebben om hier scheepswrakken in te ontdekken. Dat is anders bij de kruisers.

Bootduik Scapa FlowDe schepen zijn allemaal zwaar beschadigd door de tijd en de bergingswerkzaamheden, maar de vele gaten bieden juist de kans om de binnenkant te kunnen zien. Er zit overal vis en er komen zelfs zeehonden een kijkje nemen. De kruisers Karlsruhe, Brummer, Dresden en Köln liggen niet heel diep, de eerste zelfs op 25 meter, maar zijn flink gehavend. De kanonnen aan dek daarentegen zijn goed bewaard en fantastisch om te zien.

Meer recente schepen liggen veelal ondiep en zijn voor duikers wat toegankelijker. Je hoeft niet per definitie diep te gaan bij deze eilanden om betoverd te raken door al deze wrakken. Scapa Flow is daardoor een bestemming die voor veel duikers is weggelegd. Je zit weliswaar vast aan bootduiken, je moet er een wat langere reis voor over hebben en je moet enigszins bestand zijn tegen kouder water. In september, wanneer de oceaan daar op z’n warmst is, is die watertemperatuur nog maar 13 graden. Maar de ervaring om Scapa Flow gedaan te hebben, is er één om verhalen over te schrijven.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.