Plastic en duiken

We hebben allemaal wel gehoord van de plasticsoep of de drijvende vuilnisbelt in het noorden van de Stille Oceaan. Meer dan 100 miljoen ton aan afval drijft daar rond en het wordt steeds meer. Het is iets waar je als duiker niet veel aan kunt doen en het is ook een plek waar je niet in terecht wilt komen. Dat geldt dus ook voor alle levensvormen uit de oceanen die hier onherroepelijk de dood vinden. Jammer genoeg is er nog lang geen oplossing voor dit enorme probleem.

Maar dan nu het duikplastic. Ik hoor wel eens de vraag hoeveel brevetten en pasjes iemand heeft. Een instructeur die mij vroeger les gaf, vertelde stelselmatig eerst 10 minuten lang over alle pasjes die hij had gehaald en bewees het door het vertonen van doorzichtige hoesjes vol met duikplastic. De monden van de cursisten vielen open van verbazing en diep respect. Des te meer plastic, des te beter je kunt duiken lijkt het wel. Dus heb ik onlangs ook maar wat bureaulades opengetrokken om al mijn oude en huidige pasjes op een stapel te gooien. NOB, FFESSM, CMAS, VDTL, IADS, PADI en NAUI kaartjes gleden door mijn handen heen en ook nog eens het Vaarbewijs II.


Meer dan 50 stuks! Dus ik moet wel een erg goede duiker zijn. Het mooie is dat ik ook een pasje heb omdat ik weet hoe een camera werkt onder water, en nog eentje omdat ik een paar keer veilig van een boot heb kunnen springen. En wat nuttigere brevetten die aantonen dat ik voldoende ervaring heb met cave diving of nitrox en omdat ik in en rond wrakken heb mogen vertoeven.

Het leuke van al die pasjes is, dat wanneer je in het buitenland aan komt zetten met een logboek vol met afgestempelde duiken en bijbehorend plastic, en je denkt heel veel indruk te maken, ze nog net hun neus niet ophalen en vragen of je toch even wilt laten zien dat je je brilletje weet te klaren en je automaat terug kunt vinden onder water. Zo gaat het tenminste bij goede duikscholen: niet alleen maar vertrouwen op papier en plastic.

Duikplastic lijkt op een statussymbool. In het verleden zag je ook vaak duikers aan de waterkant met badges die op hun kleding waren geborduurd: rescue diver, divemaster, instructor! Of instructeurs die één of meerdere (militaire) sterren op hun rode Cousteau muts hadden geschroefd om vooral het onderscheid duidelijk te maken.

Vroeger hadden we minder pasjes. Ten eerste waren er minder specialisaties en bij de NOB bijvoorbeeld konden deze gewoon worden afgestempeld in het logboek. Je had de keuze tussen betalen voor het pasje of een gratis stempeltje in je boekje. Sommige bonden hebben helemaal geen specialisatiepasjes. En PADI is op dit moment weer aan het ‘ontplastikken’. Brevetten kun je nu ook digitaal krijgen, de zogenaamde eCard. Goed voor het milieu naar men beweert, maar ook eenvoudiger terug te vinden.

Of ik nu tegen al die pasjes ben? Nee, natuurlijk niet. Ik heb er immers al heel veel. Stel je voor dat al dat werk voor niets is geweest.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.