Platte vissen met scheve ogen

Wanneer je goed in het zand kijkt tijdens het duiken, ontdek je mogelijk platvissen die zich roerloos houden in de hoop niet ontdekt te worden. Worden ze toch in het nauw gedreven, dan schieten ze vaak weg om elders weer nagenoeg onzichtbaar te worden dankzij hun schutkleur. De gevlekte dwergtarbot is zo’n vis. Dwerg is overigens niet een geheel terechte aanduiding omdat deze platvis toch wel zo’n 40 cm groot kan worden.

De platte dwergtarbot met zijn schutkleur in het zand
Dwergtarbot
Als je de kans krijgt om deze vis beter te observeren, dan valt het je wellicht op dat de ogen schuin achter elkaar staan aan de bovenkant van het lijf, en dat de mond wat verwrongen lijkt. Er is geen sprake van symmetrie. Hoe komt dit nu?

Wanneer de jonge dwergtarbot uit zijn eitje kruipt, ziet hij er uit als een gewone vis. Hij is volledig symmetrisch, zwemt rechtop en heeft aan iedere kant van zijn lijf een oog. Zijn mond zit netjes in het midden en er valt niets bijzonders aan hem te ontdekken. Na een paar weken begint een metamorfose. Het rechteroog verplaatst zich hierbij geleidelijk naar de linkerkant van het lijf en hij gaat op zijn kant zwemmen. De linkerflank van de vis wordt zodoende de bovenkant en zijn rechterflank wordt zijn buik. De tarbot leeft vervolgens verder als platvis, veelal verscholen onder het zand, waarbij rollende ogen hem vaak verraden.

Hij past zich goed aan dit nieuwe uiterlijk aan en leert al snel sierlijk boven de bodem te zweven, als een vliegend tapijt, en te jagen op kleine visjes en ongewervelde diertjes. Hij is ook nog steeds een echte vis, behorende tot de straalvinnigen, maar slechts weinigen weten dat hij eerst in een andere gedaante in open zee zwom.