Rif-party

In de tijd dat house muziek opkwam, wilden ook de jonge visjes in de Maarsseveense Plassen zich op deze wijze amuseren als het donker werd. Zij hadden echter niet de beschikking over huizen maar wel over door autobanden gevormde kunstriffen onder water. Een van de paden over de bodem heette de Boulevard Saint-Michel. Hun eigen muziekstijl ontstond: rif-muziek.

Het visje keek schuin omhoog vanuit zijn autoband. Het water was helder en hij kon de grote gouden bol aan de hemel langzaam zien verdwijnen. Hij keek vaak naar dat lichtgevende ding dat regelmatig ergens aan de andere kant van de plas onder water verdween om vervolgens aan de overkant weer op te duiken. Hij genoot iedere keer weer van het aanzicht, zonder te begrijpen wat het inhield. Zeker vanavond vond hij het mooi, want eens in de zeven zonsondergangen mocht hij ’s nachts uit zijn schuilplaats komen om te riffen, net als de andere visjes van zijn leeftijd.

Toen ze nog amper een paar weken oud waren, helemaal nieuw nog, mochten ze van hun ouders al naar een rif-party en konden ze alle gevaren van het vissenleven eventjes vergeten. Ze hoefden dan niet te denken aan die vrijwel onzichtbare lijntjes die overdag in het water werden geworpen en waar menig visje aan bleef hangen alvorens het omhoog getrokken werd om nooit meer terug te keren. Ze hoefden zich dan ook niet te bekommeren om politiesnoeken die willekeurig onschuldige vriendjes opslokten. De lange tand van de wet, noemden ze dat. Ook hoefden ze niet te denken aan de brullende bovenlanders die overdag vaak de rust verstoorden met hun chaotische bewegingen en luchtbellen waardoor de hele plas regelmatig veranderde in een baggerpoel. Nee, vanavond was het hún feest, de tijd voor een onbezorgde rif-party. Een feest dat verboden was voor ouders die dan braaf in hun eigen rif bleven. Voor hem was het tijd om de schubben volgens de laatste mode op te poetsen.

Foto-1

In onderwaterland was de Boulevard Saint-Michel the place to be op zulke avonden. Banden werden dan omgetoverd in danspistes. Lichtvisjes en muziekvissen zorgden voor de beste sfeer en terwijl de wat verlegen feestgangers op de banden zaten, leefden de riffers er van harte op los in het midden van de banden. En door de visjes werd er dan gevind en gerift alsof hun leven er vanaf hing, op oude melodieën die weer eigentijds waren gemaakt met de nieuwste beat. Oude hits als Dancing fish, Blub maar niets meer, Bellen zijn bedrog werden in nieuwe schubben gegoten en deden de jongste generatie bewegen. Ze tolden, draaiden en maakten salto’s bij de snelle nummers, en bewogen zich vin over vin voort met de staart bij de langzamere bubbelnummers. En als even niemand het zag, werden kieuwen over elkaar gewreven alvorens de koppeltjes in de nacht verdwenen over de Boulevard of Broken dreams om achter een autoband te ontdekken wat hun leven nog meer in petto had en om zoete bellen uit te wisselen.

Foto-2

Onbezorgd gingen de honderden visjes tekeer, waarbij menig onschuldig schelpje het moest ontgelden. Sommige visjongen vraten te veel van het wier, anderen slurpten wat te vaak uit de flessen die door de bovenlanders op de bodem waren gegooid, en reageerden zich vervolgens af op schelpen die langs het rif een leven probeerden op te bouwen. Kreeftjes, de bewakers van de boulevard, konden vaak niet op tegen de vissenmassa en moesten het na enkele charges vaak ontgelden. Iedere week was het weer hetzelfde liedje. Menig visje kwam na het feest weer bij zijn ouders terug met een snee in het lijf, veroorzaakt door de scharen van de bewakers. Maar het mocht de pret niet drukken. Het litteken dat zich vormde werd op den duur zelfs gezien als een teken van eer, het bewijs dat je erbij was geweest, en dat je tot de rif-generatie behoorde.

Wanneer de allerjongsten terug gingen naar hun rif om bij te komen van de nacht, nog lang voordat de gouden bol weer boven water kwam, trokken de andere riffers over een bandenpad naar de Tienhovense tunnel, om verder te gaan met een heus tunnelfeest voor de echte nachtvissen. Alleen de wat grotere vissen mochten hier naar binnen. De muziek klonk wat zwaarder, de verlichting was feller en hier mochten ze ook wat schubben afdoen om elkaar beter te leren kennen. Visjes sprongen op elkaar, daagden uit, wisselden rif-partners uit, zwommen steeds snellere cirkels in de tunnel, totdat ze helemaal duizelig waren en bellen blazend tegen elkaar naar buiten gingen om in het donker op adem te komen. Sommige groepjes stegen vervolgens op naar de oppervlakte om in alle stilte te genieten van een gele cirkel die hoog boven het water stond en waarvan het schijnsel hun schubben deed glinsteren. Vooral in de warme zomermaanden was dit een waar genot. Met elkaars vinnen vast hoopten ze dan dat het leven nooit anders zou zijn, dat hun hele vissenleven zou bestaan uit riffen en tunnelfeesten, met af en toe een hapje wier.

Foto-3

Het einde van de nacht bestond traditiegetrouw uit de grote jacht, waarbij de mannetjesvisjes hun mannelijkheidsproef moesten afleggen. Op het signaal van het dikste vrouwtje moesten ze over de bodem alle kanten opstuiven, op zoek naar watervlooien. Elk mannetje moest er een aantal vangen en deze cadeau doen aan een vrouwtje van zijn keuze. Deze zou dan bij hem blijven voor de rest van de nacht, in één van de geheime plaatsjes van een verzonken duiventil, totdat het eerste licht weer door het wateroppervlak heen kwam. En misschien zou ze na afloop van de nacht beslissen om later, wanneer ze volwassen was, voorgoed bij hem te blijven.

Foto-4

Iedere nacht kwam tot einde door die opkomende gouden bol waarvan het licht ook doordrong tot onderwaterland. Weldra zou de plas weer tot leven komen. Het was dan de hoogste tijd voor de jeugd om terug te keren naar de riffen en daar op een zacht laagje zand neer te strijken, wachtend op de volgende rif-party. Ook wachtten ze op de dag dat ze volwassen zouden worden, dat akelige moment dat een einde zou brengen aan hun uitzinnige feesten, omdat zijn op hun beurt weg zouden moeten blijven van het feest. Ze zouden dan verder leven vol met herinneringen over hoe het er in de nacht aan toe gaat, en wat geen buitenstaander ooit ziet. Maarsseveen by night.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.