Robijnen op de zeebodem

Ik laat me gewoon vallen. Het is half juni, het is 35 graden buiten en ik ga de koelte tegemoet. Overboord, vest leeg en de blauwe diepte in. Binnen nog geen 2 minuten hang ik vlak boven de bodem op 60 meter diepte, m’n vest weer netjes opgeblazen om een al te harde landing op de zeebodem te voorkomen. Ik kijk om me heen en ik zie een school grote zilverkleurige dorades tegen een achtergrond van roest begroeid met gorgonen. Pal voor me ligt de Togo. Het schip uit 1882 is aan het eind van de tweede wereldoorlog gezonken in de buurt van Saint-Tropez nadat het door een mijn was opengereten.

Na al die jaren onder water is het houtwerk verdwenen maar de kombuis met twee ovens staat er nog. De machinekamer is groot genoeg om er rustig doorheen te zwemmen en de ankers zijn goed zichtbaar. De bemanning, ooit 28 man sterk, bestaat nu uit vele vissoorten. Het meest spectaculaire is misschien wel die reusachtige congeraal die uit een hoek tevoorschijn komt en vlak onder me door zwemt.

Een murene, een vis die graag in wrakken woont
Een murene, een vis die graag in wrakken woont

Het wrak van de Togo ligt in kraakhelder water en ondanks de diepte is alles goed te zien. Er is ook geen stroming. Het hoogste punt ligt op een diepte van 47 meter. De diepte is dan ook de grootste spelbreker van deze duik. Ietsje verderop ligt een deel van het schip op 70 meter. Onbereikbaar met gewone perslucht.

18 minuten lang hang ik rond in en rond het wrak voordat wordt begonnen met een lange opstijging van 40 minuten. Het is prachtig om dat wrak onder je te zien verdwijnen terwijl je de oppervlakte nog niet eens kunt zien. De Middellandse Zee wordt niet voor niets liefkozend de Grote Blauwe genoemd.

De volgende dag staat de andere legende uit deze Zuid-Franse streek op het programma: de Rubis. En ook hier begint de duik weer met een vrije val, dit keer naar “slechts” 40 meter. 66 meter lang maar liefst is deze onderzeeër uit 1928. In de oorlogsjaren van 1940 tot 1945 vocht de Rubis voor een vrij Frankrijk en legde ze 683 mijnen die in totaal 21 schepen tot zinken brachten. Zelf bracht de Rubis schade toe aan één U-Boot jaagde ze zelfs een schip naar de zeebodem met haar torpedo’s. In 1949 werd de onderzeeër uit de vaart genomen. In 1957 werd ze tot zinken gebracht op de plek waar ze nu ligt om als doelwit te dienen voor sonaroefeningen.

De Rubis op de zeebodem
De Rubis op de zeebodem

Tegenwoordig is de Rubis een geliefd duikobject. Ze ligt kaarsrecht op de zandbodem. De toren, zonder instrumenten en periscoop weliswaar, staat nog trots overeind en de luiken staan open. Het is bijna uitnodigend. Het penetreren van zo’n wrak op diepte met smalle doorgangen is echter levensgevaarlijk. De sous-marin wordt bemand door grote en kleine vissoorten, maar vooral de giftige steenvissen en veel congeralen en murenen hebben er hun intrek genomen. Je hoeft maar in een gat of een kier te kijken en je ziet er wat leven.

De toren van de Rubis
De toren van de Rubis

De Togo en de Rubis zijn niet zomaar duiken die je maakt in de buurt van Saint-Tropez. Het zijn legendes onder de Franse duikers die er dan ook massaal naar toe trekken om ook deze namen in hun logboekje te kunnen noteren. Mijn eerste keer op de Rubis was in 1989 en nog steeds, nog altijd, kom ik er met veel plezier weer terug. Niet voor niets is er een Frans liedje van Claude François dat zegt: “Rubis, comme je t’aime”.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.