Schuldig aan wrakduiken

Wrakken hebben een onmiskenbare aantrekkingskracht op duikers. Of het nu de restanten zijn van een schip, een auto of een vliegtuig, een wrak heeft een betoverende werking. De ene duiker zoekt er wat spanning en avontuur, de ander duikt in de geschiedenis, weer een ander hoopt in zo’n kunstmatig rif veel onderwaterleven te vinden en weer een ander ziet hierin een prachtig decor voor onderwaterfotografie. Een enkeling is schatzoeker.

We weten allemaal dat wrakken vaak mooier en minder beschadigd zijn naarmate ze dieper liggen. Daarmee worden ze ook gevaarlijker, ondanks alle gasmengsels en voorzorgsmaatregelen. De andere gevaren kennen we ook. Uitstekende delen, instortende delen, nieuwe bemanningsleden in de vorm van soms chagrijnige zeedieren, slecht zicht, stroming en nog veel meer. En toch: het blijft trekken.

Ik heb nu wel wat wrakken gezien. De Duitse Hochseeflotte in Scapa Flow in koud noordelijk water, het in 1944 getorpedeerde 150 meter lange schip de Léopoldville dat nu in Normandië op 58 meter diepte ligt, of de Amoco Cadiz, die in 1978 voor de kust van Bretagne verantwoordelijk was voor de grootste olieramp ooit tot dan toe. Maar ook andere klassiekers als de Donator die in Zuid-Frankrijk ieder jaar weer een paar dodelijke slachtoffers eist, of de fantastische onderzeeër Rubis die daar in de buurt op een bodem van 40 meter rust. Niet te vergeten de wrakken rondom Malta, de drugsboot Hilma Hooker in Bonaire en zelfs onze eigen Serpent in Scharendijke die je alleen op de tast kunt vinden. Ja, ook ik ben schuldig aan het leuk vinden van wrakduiken.

Maar… het mooiste en het leukste wrak en dat waar ik het meest op gedoken heb is van de Benzène, bij het eiland Ile-du-Levant, in de Franse Middellandse Zee. De geschiedenis van dit schip is niet eens spectaculair te noemen. Deze kleine tanker van 62 meter lang werd in 1936 voor de Franse marine gebouwd en was tijdens de tweede wereldoorlog actief in Noord-Afrika. Zo nam het deel aan verschillende gevechten. Het doorstond de oorlog en werd nog een aantal keren verbouwd, zoals dat wel vaker ging bij de marine. In 1967 kwam er een roemloos einde aan de carrière van de A633. Het werd afgezonken om de haven van Ile-du-Levant te beschermen tegen voornamelijk de mistral wind, en vandaag ligt het er nog, steeds dieper wegzakkend onder water.

De Benzène tijdens het afzinken
De schroef van de Benzène ligt op het diepste punt: 6 meter. Met name de winterstormen hebben het schip opengereten waardoor je op veel plaatsen naar binnen kunt. Ketel, kabels, ladders, buizen: er is nog van alles te zien onder water. Het is erg licht door de geringe diepte en veel dieren hebben bezit genomen van het wrak. Overdag zie je er slijmvisjes, zeebrasems, inktvissen, vele soorten wieren, zee-egels, oblada’s, sepia’s, girelles en veel meer van dat leuke kleine spul. ’s Nachts komen de steenvissen tevoorschijn, evenals de jonge congeralen en de vele calamares die in grote scholen rondom het schip patrouilleren. Zelfs adelaarsroggen en pijlstaartroggen hebben we er gespot.

De Benzène anno 2015
Dit gezonken schip heeft echt van alles te bieden. Het geeft je een erg lange bodemtijd, prachtige mogelijkheden voor fotografie en een perfecte gelegenheid om wrakpenetraties te oefenen. Ondanks alle andere wrakduikervaringen is dit echt mijn favoriet. Misschien ook wel omdat de Benzène en ik elkaar in 1967 al voor het eerst ontmoet hebben.

Door Royan van Velse

Royan van Velse werkt als manager inkoop. In zijn vrije tijd schrijft hij boeken en columns. Zo is hij onder andere de auteur van NOB cursusboeken en het boek “Onderwaterleven in de Middellandse Zee“. Meer van zijn werk is te vinden via ecritures.nu. Royan heeft inmiddels zo’n 3.000 duiken gemaakt en is instructeur bij de NOB, PADI en de Franse bond FFESSM.