Urinatores

De voorgangers van de beroepsduikers

In de Oudheid vormden de urinatores de voorlopers van onze huidige beroepsduikers. Het waren voornamelijk Feniciƫrs. In oorlogstijd doken zij naar vijandelijke schepen om gaten in de romp te boren of om trossen los te snijden. In vredestijd hielden ze zich bezig met het onderhoud van hun eigen schepen of met vrijduiken naar koraal en parelmoer. Ze konden, wanneer ze een zware steen aan hun voeten bonden, dieptes tot wel 40 meter halen. Ze beschikten over geen enkele uitrusting.

Urinatores

Duikbrillen waren er nog niet in die tijd. Het zicht in het zoute water moet niet altijd even goed geweest zijn. Maar er zijn ook een paar oude verhalen bekend van urinatores die met een spons in de mond het water in gingen. Deze spons was volgezogen met olie en die olie lieten ze onder water over hun ogen glijden, waardoor ze heel even scherp konden zien.

Ook de Valsalva methode waarmee we tegenwoordig onze oren klaren bestond nog niet. Hoe ze dat precies oplosten is niet bekend. Zeker is dat velen van hen geperforeerde trommelvliezen hadden, met alle nadelen als ontstekingen en doofheid tot gevolg. Mogelijk werden ze op voorhand al doorgeprikt, misschien gebeurde het vanzelf tijdens het duiken. Ook werd er gebruik gemaakt van olie in de gehoorgangen maar dat zal geen oplossing zijn geweest bij diepe duiken.