Wet van Henry

William HenryWilliam Henry was een Engelsman en leefde van 1774 tot 1836. Hij heeft met succes medicijnen gestudeerd maar heeft wegens gezondheidsredenen zijn carrière als arts niet voort kunnen zetten. Daarvoor in de plaats is hij verder gegaan met zijn al aanwezige interesse in scheikunde, en met name in het gedrag van gassen. Op dit gebied heeft hij veel onderzoek verricht, meerdere baanbrekende ontdekkingen gedaan en verschillende werken gepubliceerd. Zijn meest bekende ontdekking gaat over de oplosbaarheid van een gas in een vloeistof en staat tegenwoordig bekend als de Wet van Henry.

De Wet van Henry is door hemzelf in 1803 als volgt geformuleerd:

“Bij een constante temperatuur is de hoeveelheid van een gas dat opgelost is in vloeistof evenredig aan de partiële druk van dat gas in verhouding tot die vloeistof”.

Deze scheikundige wet vertelt ons dat een gas makkelijker wordt opgenomen in een vloeistof wanneer deze onder druk wordt gebracht. Wanneer deze druk wegvalt, wordt het proces weer omgedraaid.

Wat betekent deze wet nu voor duikers?

Aan de oppervlakte, bij een normale druk van 1 bar, is de druk in gas en vloeistof in evenwicht. De stikstof die we inademen wordt niet gebruikt door het lichaam, en kan op eenvoudige wijze en zonder problemen te veroorzaken het lichaam via de longen verlaten. Wanneer het lichaam onder druk heeft gestaan is dit echter een ander verhaal. Bij de afdaling ontstaat er immers een hogere druk. Gas (in dit geval stikstof) wordt hierdoor makkelijker en sneller opgenomen (opgelost) in de weefsels. Dit wordt beschreven in de Wet van Henry. Op een bepaald moment raken de weefsels vol. Dan zijn ze verzadigd. Omdat niet alle weefsels dezelfde snelheid van opname hebben, zullen bij een duik niet alle weefsels gelijkmatig verzadigd raken.

Tijdens de opstijging wordt de druk op de weefsels lager. Ze raken dan oververzadigd. Opgeloste stikstof komt daardoor volgens de Wet van Henry weer vrij in gasvorm en raakt in de bloedbaan, om vervolgens via de longen gescheiden en uitgeademd te worden. Wanneer je te snel opstijgt, of geen veiligheidsstops of zelfs decompressiestops maakt, of te lang op diepte bent geweest, kan het lichaam de stroom aan stikstofbelletjes die vrijkomen niet aan. Het zijn er teveel om via de longen uit te scheiden en deze belletjes hopen zich op in de bloedbaan. Hier heb je te maken met een kritische oververzadiging. Door de snelheid van opstijgen of het overslaan van de noodzakelijke stops, is er geen controle meer over de stikstof. Wanneer de belletjes een afsluiting veroorzaken, is er sprake van een decompressie-ongeval, een uiterst bedreigende situatie.

De Wet van Henry is gewoon van kracht tijdens het duiken. De negatieve effecten van het eerst oplossen en daarna vrijkomen van stikstof, voorkom je onder andere door niet te diep te duiken, de juiste stijgsnelheid aan te houden en je te houden aan de voorgeschreven stops.