Zeeschuim

Zeeschuim kennen we allemaal wel. Soms ligt het voor het oprapen langs de vloedlijn, en anders zien we het in de dierenwinkels liggen. Daar wordt het verkocht ten behoeve van vogels die er graag van eten en er tegelijk hun snavels mee scherp kunnen houden. Maar waar komt dat zeeschuim nu feitelijk vandaan?

Een Sepia van de voorkant
Levend hoort het thuis in de sierlijke sepia. Net als zijn nauwe familielid de inktvis is de sepia een weekdier. Je vindt hem in veel verschillende zeeën. Ook in Nederland, waar de provincie Zeeland bekend staat om het paringsritueel van de sepia’s in het voorjaar. Je kunt dan grote exemplaren zonder al te veel moeite benaderen. In die periode van sepiagekte is het dan ook erg druk met duikers die dit van dichtbij willen meemaken.

Sepia vanaf de zijkant
De sepia bezit 10 tentakels, en deze bevinden zich aan de voorkant van het lichaam. Hij kan wanneer hij bedreigd wordt van kleur veranderen en inkt spuiten om zijn aftocht zeker te stellen. De donkere bruingrijze kleur die wij kennen als ‘sepia’ is vernoemd naar de inkt van het dier. Hier werd vroeger mee geschreven.

Sepia en zeeschuim illustratie
De weke sepia bezit een inwendige schelp. Dat is een poreus rugpantser dat voornamelijk bestaat uit kalk en dat hem helpt om te drijven. In de illustratie is de positie van de schelp goed te zien. Wanneer de sepia doodgaat en zijn weke lichaamsdelen zijn vergaan, spoelt dit pantser vaak aan op de stranden: wij noemen het dan zeeschuim. En van al die mensen die het oprapen en meenemen weten maar weinigen waar het echt vandaan komt.

Meer van dit soort wetenswaardigheden leest u terug in het boek Onderwaterleven in de Middellandse Zee.